|
|
NAAIMACHINE / OVERLOCK
NAAIMACHINE
7/9 Gaatjesvoet Fantastische siereffecten kunt u met deze naaivoet op eenvoudige wijze verkrijgen. Daarbij worden tot 9 draden of glansgaren met verschillende sier- of nutsteken vastgestikt
-Knip het garen op de juiste lengte. rijg het van boven af door de gaatjes en leg het garen over de naaivoet naar achteren. Het garen ca. 4-5 cm naar achteren laten overstaan. -Plaats de naaivoet -Bedek de garens met een siersteek naar keus.
TIP: Het meest geschikt daarvoor zijn parelgaren of getwist borduurgaren.
Programma naar keuze Spanning 3
***************************************************************************************************
Applicatievoet Applicaties zijn betrekkelijk vlug gemaakt en zijn altijd een mooie versiering. Door de verschillende stoffen en motieven ontstaan steeds weer nieuwe effecten. Een bijzonder strakke cordonrand krijgt u met de applicatievoet. die aan de onderkant een speciale uitsparing heeft voor een smal cordon (rupsnaad).
-Plaats de applicatievoet -Uw ontworpen motief overbrengen op de gladde bovenkant van het Vliesafix. Denk eraan, sommige motieven zoals b.v. letters moeten in spiegelbeeld worden getekend. -Nu de delen van het Vliesafix op de daarvoor bestemde applicatiestaf strijken. Dan het motief uitknippen en het papier verwijderen. -De applicatiedelen rangschikken op de ondergrond en ze vaststrijken. -Aansluitend met een smalle. dicht aaneen gesloten zigzagsteek alle contouren volgen. Let ook op, dat de naald net buiten het motief insteekt. waardoor rafels geen kans krijgen. Steeklengte: 0.3 Steekbreedte: 1.5 -2 Spanning: 2 -3
***************************************************************************************************
Biaisbandvoet Het omsluiten met een schuine bies is een eenvoudige methode om de stofranden er glad en verzorgd te doen uitzien. U kunt er ongevouwen biaisband van 24 mm voor gebruiken. De naaivoethouder met naaivoet verwijderen en de bandvoet aanschroeven. -Knip het begin van het band schuin af. -Schuif het band in de trechter van de bandvoet, de punt eventueel met behulp van een speld aan de achterkant uit de trechter trekken. -Stel de bandvoet zo in, dat de naald op 1-1 ,5 mm van de ingeslagen kant insteekt. Dit kunt u ook bereiken door de naaldpositie te veranderen. -Stik enige centimeters op het band. voordat u de stof in de gleuf van de bandvoet legt. -De afgeknipte kant van de stof moet vervolgens tussen het band in de gleuf van de bandvoet worden gelegd. Mits de aanvoer steeds gelijkmatig is vouwt het biaisband zich tijdens het naaien automatisch om de stofrand. TIP: U krijgt een ander decoratief effect door de zigzagsteek of een siersteek te gebruiken.
Programma: naar keuze Spanning: 3 -5
***************************************************************************************************
Biesjes- en siersteekvoet Met deze voet kunt u biesjes op een afstand van 5 of 11 mm naaien. Met dezelfde voet kunt u afhankelijk van de biesbreedte ook siersteken tot 6 mm stikken. Plaats de biesjes- en siersteekvoet. De voet kan in beide richtingen worden ingezet, waardoor die kant, waarop de tweede bies wordt genaaid, variabel is. Vervang de naainaald door een tweelingnaald (1,6 of 2 mm naaldafstand). Daarna rijgt u twee bovendraden in. Draai de bovendraadspanning strakker (4 -5) en naai een bies met of zonder vuldraad.
-Wanneer u de tweede bies naait, kunt u de reeds genaaide bies in de geleidingsril laten lopen. die aan een kant van de voet extra oversteekt. Daardoor ontstaat de bredere afstand. waarin de siersteek kan worden genaaid. -Naai alle biesjes af. -Vervang nu de tweelingnaald weer daar een normale naainaald. -Stik in de bredere afstanden een siersteek naar keus doordat u de biesjes in de geleiders van de naaivoet laat lopen.
Steeklengte: 2,5 Spanning 3 -5
***************************************************************************************************
Biezenvoet Deze klassieke naaitechniek kan op veel stofsoorten o.a. bij katoen en soepele wollen stof eenvoudig worden toegepast Een bedgarnituur en kinderkleding krijgen door de biezen een nostalgisch tintje. -Plaats de biezenvoet -Vervang de naald door een tweelingnaald (b.v. 1301705 H-ZWI; 1,6 of 2,0 mm naaldafstand; naalddikte 80). -Daarna de machine inrijgen met twee bovendraden (zie blz. 31 ). -Verhoog de onderdraadspanning door de justeerschroef op de spoelhuls ietsje naar rechts te draaien (zie uw boekje "onderdraadspanning"). Daardoor werken de biezen optisch beter. Naai eerst een bies. Ais u met de tweede bies begint kunt u het eerste biesje parallel in een ril van het voetje laten lopen. Daardoor blijven de afstanden tussen de biesjes steeds gelijk
TIP: Wilt u het biezeneffect extra benadrukken, kunt u op de voorkant van de steekplaat een zogenaamde "biezentong" (extra accessoire) bevestigen. Deze tong plooit als het ware de biezen voor en tijdens het naaien en geeft ze optisch meer volume. Gebruik voor dun materiaal de biezenvoet met 7 rillen en de kleine biezentong, voor steviger materiaal de biezenvoet met 5 rillen en de grote biezentong. Het meevoeren van een vuldraad zorgt voor een soortgelijk optisch beeld, het laat de biezen nog breder werken. Hierbij wordt evenwel zonder biezentong gewerkt.
Steeklengte: 2,5 Spanning: 5
-Verwijder daarvoor de steekplaat -De vuldraad van onder naar boven door het kleine gaatje van de steekplaat rijgen. -Plaats de steekplaat weer. De vuldraad moet in de uitsparing tussen naaimachine en steekplaat liggen. De draad moet onder de werkbox door worden gevoerd. zodat er bij het naaien een regelmatige toevoer kan plaatsvinden en de draad niet verknoopt -Tijdens het naaien van biezen de stof iets gespannen houden.
*************************************************************************************************** Blindzomen klik hier voor een werkbeschrijving
***************************************************************************************************
Breiwerkvoet Dikke naden in breigoed en bontimitaties kunt u met de breivoet gemakkelijk verwerken. Om een mooie naad en de pasvorm bij maatwerk te behouden, adviseren wij om tijdens het naaien tevens een wollen draad mee te stikken en deze iets aangetrokken in de holte van de naaivoet te laten lopen. Steeklengte: 6,0 Spanning: 3 -5
***************************************************************************************************
Cirkelliniaal Met de cirkelliniaal heeft u de mogelijkheid een cirkel te borduren of te naaien. Daarbij wordt de stof automatisch in een cirkel getransporteerd. Behalve uw kleding kunt u eveneens kleine kleedjes versieren. De liniaal is voorzien van 1 cm-markeringen.
-Markeer op de stof een middelpunt met een zelfoplossende toverstift of met sublimeerkrijt. -Schuif de cirkelliniaal van links in de booropening van de naaivoethouder. De gewenste radius bepaalt u zelf. -De liniaal wordt met de schroef aan de naaivoethouder vastgeschroefd. -Plaats de stof zodanig onder de cirkelliniaal, dat het middelpunt onder het aandrukpunt ligt -Nu kunt u naar keuze met verschillende motieven borduren. -Verander bij iedere cirkel de radius door de bevestigingsschroef los te draaien en de cirkelliniaal te verschuiven.
Programma: naar keuze
***************************************************************************************************
Cordonneervoet Het cordonneren is een techniek, waarbij door het bedekken van parelgaren of een ander dun koordje een mooie strakke rups ontstaat. Daarbij ontstaat een effect dat gelijkenis vertoont met soutache-garnering (een soort crêpe-weefsel), maar ook applicaties komen door een gevulde rups beter tot hun recht
-Teken het gewenste motief op de stof, daarbij te kleine bolvormen of te spitse punten vermijden. Plaats de cordonneervoet -Leg de vul(parel-)draad zodanig in het voetje, dat deze aan de voorkant door een van de rillen loopt en aan de achterkant onder de voetzool ligt -Stik nu volgens het motief met smalle en dicht aaneengesloten zigzagsteken over de vuldraad heen.
Steeklengte: 0.4 -0.6 Steekbreedte: 1 .5 -2 Spanning: 3
***************************************************************************************************
Franjevoet Met dele speciale naaivoet voor lusstiksels kunt u in een mum van tijd heel leuke effecten verkrijgen. Deze voet komt bijzonder te pas bij een borduursel op badstof.
-Breng het gewenste motief met krijt of met een oplosstift over op de stof (bij badstof op oplosvlies tekenen). -Leg vloeipapier onder het motief. -Plaats de franjevoet -Zet de draadspanning op 2 -3 -Begin- en einddraden aan de linkse kant verknopen -Borduur het motief rij voor rij vol. Bij ronde motieven van buiten naar binnen borduren. -Bij gebruik van stevig naaigaren kiest u eventueel een grotere steeklengte, maak liever eerst een proefnaad. -Trek het werkstuk na afloop voorzichtig van de machine, indien u het te vlug doet trekt u de laatste lussen strak -De begin- en einddraden links verknopen.
Steeklengte: 0.5 -1 Steekbreedte: 1.5 -2.5 Spanning: 2 -3
***************************************************************************************************
Koordjesvoet Deze speciaalvoet is het beste geschikt voor het overnaaien van opbollend garen {b.v. losjes gesponnen wol) of een smal bandje.
-Rijg het garen of bandje aan de voorkant in de gaatjesachtige geleider en leg het door het voorste gaatje door naar achteren onder de naaivoet. -Plaats de koordjesvoet -Selecteer een siersteek naar keus en stik deze over het garen resp. bandje.
Programma: naar keuze Spanning: 3
***************************************************************************************************
Meerplooienvoet De meerplooienvoet legt tijdens het naaien automatisch kleine plooitjes dicht op elkaar of ook verder uit elkaar zeer praktisch bij ruches, volants, decoratiestoffen enz. De meerplooienvoet biedt u drie gebruiksmogelijkheden: 1 .de stof te plooien en vast te naaien. 2. de stof te plooien en gelijktijdig aan een ander stofgedeelte vast te naaien 3. de stof te plooien. aan een ander stofgedeelte vast te naaien en gelijktijdig kant in te voegen.
Steeklengte: 3 Spanning: 3 -5
***************************************************************************************************
Plattenaadvoet Plat gestikte naden (kapnaden) lijn door hun dubbel stiksel decoratief, ijzersterk en daarom bekend als typische jeansnaad. Maar ook naden in sport- en kinderkleding, blouses en hemden worden door dele techniek duurzamer. Deze naden komen bijzonder goed tot hun recht wanneer een contrasterende kleur garen wordt gebruikt. De plattenaadvoetjes lijn voor lichte en zware stoffen verkrijgbaar in twee verschillende breedten.
-Plaats de plattenaadvoet in de voethouder. -Leg de stofdelen links op links. -Laat de knipkant van het onderste stofdeel ongeveer 1 -1,5 cm uitsteken. -Deze uitstekende rand omvouwen, het geheel onder de voet brengen, daarbij het uitstekende deel over de tong van de voet leggen. -Met een rechte steek over de omgeslagen rand naaien. -Daarna de stofdelen opentrekken en de omhoogstaande naad weer over de tong van de voet voeren. Als de naad eenmaal met een paar steken is aangehecht, wordt hij vanzelf door de voet platgelegd en op de rand doorgestikt. De beide stofdelen tijdens het naaien uit elkaar trekken. Steeklengte: 3 Spanning: 1 -5
***************************************************************************************************
Rimpelvoet Mooi rimpelwerk b.v. in kinderkleding of gordijnstroken kunt u vlug en eenvoudig maken met de rimpelvoet.
TIP: Een ander bijzonder effect krijgt u door het meevoeren van een middeldik parelgaren en een andere kleur naaigaren. Daarbij zet u de steek wat ruimer.
-Plaats de rimpelvoet (zie uw gebruiksaanwijzing) -Leg de te rimpelen stof onder de naaivoet, dan het gladde bovengedeelte van boven door de zijgleuf onder de naaivoet leggen. Daarbij liggen de delen rechts op rechts. -Tijdens het naaien moet de bovenlaag ietsje worden aangetrokken. Hoe meer u de bovenstof aantrekt, des te meer wordt de onderlaag gerimpeld. -Let erop, dat de zijkanten steeds gelijkmatig onder de voet meelopen. -Verwijder de rimpelvoet
TIP: Wanneer u de bovenspanning strakker instelt en een grotere steeklengte neemt, wordt het rimpeleffect groter. Steeklengte: 3 Spanning: 3 -5
***************************************************************************************************
Smalkantvoetje Met dit naaivoetje kunt u gemakkelijk smalle kantjes doorstikken. Bovendien is het uitstekend geschikt voor het aan elkaar naaien van aan elkaar sluitende stofgedeelten zoals b.v. het aanzetten van kant. De aanslag in het midden van het naaivoetje dient als geleider.
Smalkantig opstikken: Voor het smalkantige opstikken legt u de stofkant aan het naaivoetje, de naald in de gewenste linker positie brengen en doorstikken. De middelste aanslag dient als geleider.
Steeklengte: 2,5 Spanning: 3 -5
Kant aannaaien: Leg het kant aan de omgestreken rand. Plaats het smalkantvoetje zodanig op de stof, dat de aanslag precies tussen de stof en het kant loopt. Daardoor verkrijgt u een optimale geleiding van beide materialen. Selecteer de zigzagsteek en naai over beide stofdelen.
Steeklengte: 1 -3.0 Steekbreedte: 1 .5 -3.5 Spanning: 3 -5
***************************************************************************************************
Siersteekglijzool (voor leer) Deze voet is door een speciale kunststofcoating op de onderkant geschikt voor het naaien van tot 6 mm brede siersteken. Daar leer zeer elastisch is, kunt u voor het stikken het beter omstrijken of er Vliesofix onder leggen. Bij dik, stug leer kunt u het beste een leernaald gebruiken (130/705 H LL) en bij zacht, soepel leer een naainaald gebruiken.
-Siersteekglijzool plaatsen. -Leer naar wens bestikken. -Vliesofix verwijderen. Denk eraan, dat afscheidingsplekken op leer zichtbaar blijven.
Programma: naar keuze
***************************************************************************************************
STOFGELEIDER
Bevestig de stofgeleider aan het blad van de machine. De stofgeleider maakt het mogelijk een rechte steek op een gelijke afstand van de zoom te stikken. De stofgeleider is verstelbaar, waardoor het mogelijk is de rechte steek op verschillende afstanden van de zoom te stikken.
***************************************************************************************************
ZOMEN
Blindzomen klik hier voor een werkbeschrijving
***************************************************************************************************
Het quilten van de stoflagen: Bij het traditionele quilten worden deze drie lagen handmatig met kleine steken verbonden - vlugger en praktischer gaat het met de naaimachine.
-Als bovendraad gebruikt u een transparant naaigaren (perlongaren), op het spoeltje wikkelt u polyestergaren in de kleur van de stof. -Zet de bovendraadspanning op 9 en de onderdraadspanning tamelijk losjes. Het beste neemt u een 2e spoelhuls, die bij Gerrijts verkrijgbaar is. -Wanneer u nu de steek op de drie stoflagen van de quilt stikt, ziet u alleen nog maar de drievoudige steek van uw onderdraad. De tussensteek verdwijnt en geeft zo het handgemaakte effect
Steeklengte: 3 -4 Spanning: 9 ***************************************************************************************************
Ouilt- en patchworkvoet Een quilt bestaat altijd uit drie stoflagen. vele geometrische stoflapjes worden in steeds nieuwe variaties voor de quiltbovenzijde samengevoegd. Dit wordt met de linkse kant op een tussenlaag b.v. uit polyesterwatten of volumevlies, vastgestoken en verbonden met de linkse kant van de derde laag stof, die gewoonlijk uit een lap effen stof bestaat. Het aan elkaar naaien: voor dit aan elkaar naaien van uw stofdelen is de quilt- en patchworkvoet bijzonder goed geschikt De afstand van de naald tot de buitenkant van de voet bedraagt 1/4 inch (6.3 mm), tot de binnenkant van de voet 1/8 inch (3.1 5 mm).
-Plaats de quilt- en patchworkvoet. -Naai uw stofdelen met progr. 1 aan elkaar. Bij 1/4 inch naadtoeslag geleid u uw stofdelen langs de buitenkant. bij 1/8 inch naadtoeslag langs de binnenkant van de voet
Steeklengte: 2.5 Spanning: 3 -5
***************************************************************************************************
Vrijhandige quiltvoet De vrijhandige quiltvoet in combinatie met de rechte steek is uitstekend voor vrijhandig quilt- werk geschikt ("free motion quilting"). Het geleiden van de drie stoflagen gebeurt bij het vrijhandig quilten per hand. Hoe sneller u naait, des te gemakkelijker lukt het vrijhandig voeren en des te gelijkmatiger wordt de quiltlijn. Probeer deze techniek eerst op een proeflapje. Het vrijhandig gevoerde quilten kan zowel in kronkellijnen als ook in rechte lijnen worden gedaan. Indien u vrijhandige, rechtlijnige quiltwerkjes met een afstand van 1/4 inch (6,35 mm) wilt maken, kunt u zich bij gebruik van de middelste naaldpositie aan de vier rode markeringen oriënteren. Deze bevinden zich op de vrijhandige quiltvoet in afstanden van 1/2 inch (12,7 mm). -Draai het kartelmoertje van de naaivoethouder los. -Druk het quiltvoetje tussen duim en wijsvinger ietsje samen. -Plaats het pennetje van de vrijhandige quiltvoet tot het stuitpunt in het gaatje van de naaivoethouder. Daarbij moet de vorkgeleider van de vrijhandige quiltvoet zich achter de naaldhouder bevinden. -Draai het kartelmoertje weer vast aan. -Breng de vrijhandige quiltvoet in stoppositie en breng de transporteur omlaag Tip: Met de vrijhandige quiltvoet kunt u eveneens vrijhandige borduursels zoals b.v. monogrammen maken. Steeklengte: 2,5 Spanning: 3 -5
***************************************************************************************************
WATTEER LINIAAL
Met behulp van de stofgeleider kunt U op gelijke afstanden lijnen op gewatteerde materialen stikken zonder enige voorafgaande handeling. Schuif de klem van achteren af boven de gewone persvoet. Stel de geleider in op de gewenste afstand van de naald en zet de geleider op de stof. Draai de schroef aan om de geleider vast te zetten. Bij het naaien moet de geleider de vorige stiklijn volgen. ***************************************************************************************************
Voet # 43,
vrije-hand-koordvoet Toepassing: Koorden in rondingen met een rechte steek vastnaaien.
Attentie: Zet de naaivoet naar beneden voordat de naaicomputer wordt ingeschakeld.
Koord vastnaaien: Steekkeuze: rechte steek Transporteur: onder (stoppositie) Naaldstand: midden
Let op: Gebruik deze naaivoet alleen samen met een naald met een dikte van 80Nm. Geschikt zijn koorden met een diameter van 1,5 -2 mm, die niet zo stijf zijn en een oppervlakte met een vrij gIadde structuur hebben. Los in elkaar gedraaide of hele zachte koorden zijn niet geschikt, omdat de naald niet altijd voldoende in het koord steekt en het koord daarom niet goed wordt vastgenaaid. Maak altijd een proeflapje. Bij het gebruik van monofilgaren zijn de steken nauwelijks zichtbaar.
Extra draadgeleiding bij de draadafsnijder op de bovenkap bevestigen: Bevestig de extra draadgeleiding met de opening naar boven aan de rechterkant van de draadafsnijder. - Druk hem daarna lichtjes naar boven aan de linkerkant vast (zie afbeelding).
Werkwijze: - Geef eventueel met kleermakerskrijt aan waar het koord moet worden vastgenaaid. - Rijg het koord door de inrijghulp. - Trek de inrijghulp met het koord door de extra draadgeleiding bij de draadafsnijder, daarna door de geleiding en het steekgat van de naaivoet (koorden, met een diameter van 2 mm kunnen evt. niet met de inrijghulp worden ingeregen; In dit geval moet het koord met de hand zonder inrijghulp door de draadgeleiding en het steekgat worden getrokken.. - Naai het koord vast, beweeg de stof tegelijkertijd met lichte, ronde bewegingen. Laat het koord losjes meelopen
|
|
U kunt een e-mailbericht met vragen
of bestellingen
verzenden
|
Wilt u op de hoogte gehouden worden, over speciale acties, workshops e.d.,
schrijf u
dan in voor de nieuwsbrief. |